GEÏLLUSTREERDE en BEKNOPTE ILMIHAL

138 2- Roepen of kreunen met “Ah!”. 3- Huilen. (Als men huilt omdat men Allah ﷻ vreest, zal dit niet de salaat afbreken.) 4- Met eigen wil en zonder excuus hoesten en de keel verschonen. 5- Kauwgom kauwen. 6- Gedurende één roekn (onderdeel) drie keer een haartje verwijderen. 7- Gedurende één roekn drie keer ergens krabben door zijn handen op te heffen. 8- Gedurende één rak’ah twee rijen (naar voren) lopen. 9- Haar of baard kammen. 10- Als man zonder tussenruimte waar een persoon kan staan, naast een vrouw dezelfde salaat verrichten, in dezelfde rij, achter dezelfde imam. 11- Zonder excuus zijn gezicht of borst afwenden van de qibla. 12- Gedurende de salaat de fout verbeteren van iemand anders dan de imam. 13- De Koran zodanig verkeerd lezen dat de betekenis ervan verandert. 14- Opzettelijk iemand begroeten en teruggroeten. (Als men denkt dat het het einde van de salaat is, dan is de salaat niet afgebroken. Maar is een sahw sadjda (nederwerping bij vergetelheid) wel nodig.) 15- Het open laten van één vierde van zijn schaamstreek gedurende het lezen van drie tasbieh. (Als men opzettelijk

RkJQdWJsaXNoZXIy NTY0MzU=