GEÏLLUSTREERDE en BEKNOPTE ILMIHAL

136 30- Bij het opstaan leunen tegen de grond of muur zonder excuus. 31- Tijdens de salaat aarde van het voorhoofd afvegen. 32- Bij opeenvolgende rak’aat één soera of één al-Ayah al-Kariema overslaan. 33 - Bij de volgende rak’ah een soera lezen die in de Edele Koran voor de soera staat die gelezen is bij de vorige rak’ah. 34- Bij fardh salaat een soera twee keer lezen bij dezelfde rak’ah, of dezelfde soera lezen bij beide rak’aat. 35- Bij de tweede rak’ah van een fardh salaat meer lezen dan de eerste rak’ah. 36- Het meelezen van de Koran door iemand die de imam volgt. 37- Zonder excuus met het voorhoofd sadjda doen op de omwikkeling (tulband). 38- Zonder excuus leunen tegendewand tijdens deqiyaam. 39 - Bij de qiyaam leunen op de rechter- of linkervoet. 40- Zonder excuus staan op één voet. 41- Tijdens de salaat de al-Ayaat al-Kariema en tasbieh tellen met de vingers. 42- Individueel salaat verrichten terwijl er gemeenschappelijk wordt gebeden. 43- Dat de imam ergens anders dan de mihraab (gebedsnis) staat. 44- Dat de imam 50 cm lager staat en dat de djamaa’a hoger dan de imam staat.

RkJQdWJsaXNoZXIy NTY0MzU=