GEÏLLUSTREERDE en BEKNOPTE ILMIHAL
133 Aadaab tijdens de salaat (Gebruikelijke manieren tijdens de salaat) 1- Meteen opstaan wanneer demoeaddzin (oproeper tot de salaat) bij de iqaama (roeping tot de gemeenschappelijke salaat) “H’ayya ‘ala-l Falaah’” zegt. 2- Bij takbieroe-l Iftitaah’ met de duim de oorlellen aanraken. 3- Bij de qiyaam kijken naar het gebied waar men sadjda op doet. 4- Bij de roekoê’ kijken naar de tenen. 5- De tasbieh bij de roekoê’ en sadjda vijf keer of zeven keer lezen. 6- Eerst de neus en daarna het voorhoofd plaatsen op de grond. 7- Bij de sadjda kijken naar de neusvleugels. 8- Bij de tasliem kijken naar de schouders. 9- Als men zijn mond niet kan dichthouden bij het gapen, de mond bedekken met de binnen- of buitenkant van de rechterhand, of met de buitenkant van de linkerhand. 10- De salaat zo veel mogelijk verrichten in nette en schone kleding. 11- Bij de tasliem naar rechts, de mensen en engelen aan de rechterzijde begroeten. 12- Bij de tasliem naar links, de mensen en engelen aan de linkerzijde begroeten.
RkJQdWJsaXNoZXIy NTY0MzU=