GEÏLLUSTREERDE en BEKNOPTE ILMIHAL

132 houden met de rug. (Vrouwen houden het hoofd niet in lijn met de rug.) De vrouwen plaatsen hun handen op de knieën en voegen ze samen. 12- Het zeggen van “Sami’allaahoe liman h’amidah” door de imam bij het opstaan van de roekoê’. 13- Het zeggen van “Rabbanaa laka-l H’amd” door de djamaa’a (gemeenschap) bij het opstaan van de roekoê’. 14- Het zeggen van beiden (dus “Sami’allaahoe liman h’amidah” en “Rabbanaa laka-l H’amd”) door iemand die individueel bidt. 15- Drie keer lezen van “Soebh’aana rabbiya-l A’laa” bij de sadjda. 16- De vingers samenvoegen bij de sadjda. 17- Voor de mannen: Bij de sadjda houden de mannen een afstand tussen hun bovenbenen en buik, en hun armen blijven boven de grond los van hun zij. 18- Voor de vrouwen: Bij de sadjda houden de vrouwen hun bovenbenen bij hun buik, en hun armen geplakt aan hun zij. 19- Bij het zitten de handen losjes op de bovenbenen plaatsen. 20- Voor de mannen: Bij het zitten de rechtervoet met gebogen tenen richting de qibla rechtop houden en zitten op de linkervoet die gekeerd is naar binnen. 21- Voor de vrouwen: Bij het zitten zit de vrouw op haar zitvlak met haar beide voeten uitgestoken naar rechts. 22- De tasliem als eerst naar de rechterkant doen. 23- Bij het laatste zitten salawaat lezen aan onze Profeet ﷺ .

RkJQdWJsaXNoZXIy NTY0MzU=