GEÏLLUSTREERDE en BEKNOPTE ILMIHAL

131 14- Lezen van doe’aa al-Qoenoet bij salaat al-Witr. 15- Bij de sadjda naast het voorhoofd ook de neus plaatsen op de grond. Soenan tijdens de salaat 1- Lezen van de adzaan. 2- De handen bij de eerste takbier (dus bij de opening) opheffen tot aan de oren bij de mannen, en tot aan de schouders bij de vrouwen. 3- Na de takbier de handen aan elkaar sluiten. (De vrouwen leggen hun linkerhand midden op de borstkas en de rechterhand op de linkerhand. De mannen leggen hun rechterhand op hun linkerhand en maken met hun rechterpink en -duim een ring om de linkerpols, en laten het onder hun buik zakken.) 4- Lezen van Soebh’aanaka. 5- Lezen van A’oêdzoe en Basmala. 6- Lezen vanBasmala bij elke rak’ah vóór soera al-Faatih’a. 7- Zeggen van “Aamien” na soera al-Faatih’a. 8- Lezen van soera al-Faatih’a bij de derde en vierde rak’ah van fardh salaat. 9- Takbier doen (dus zeggen van Allaahoe Akbar) bij het doen van roekoê’ en sadjda. 10- Drie keer lezen van “Soebh’aana rabbiya-l ‘Aziem” bij de roekoê’. 11- Voor de mannen: Bij de roekoê’ de handen op de knieën plaatsen met gespreide vingers en het hoofd in lijn

RkJQdWJsaXNoZXIy NTY0MzU=